Factsheet toestand en ecologische sleutelfactoren (DIPS)

Hoofdlijnen

Beschrijving van het gebied en watersysteem op hoofdlijnen

De Sloterplas (voorheen Slotermeer) is in 1956 uitgegraven om zand te winnen voor de ophoging van bouwgrond en voor de aanleg van dijklichamen voor de wegen. Voordeel van de aanleg van de Sloterplas was dat hiermee ook een groot park en recreatiegebied (inclusief zwemwater) te midden van de nieuwe woonwijk kon worden aangelegd. De Sloterplas heeft een oppervlakte van ca. 89 hectare en een maximale diepte van 30 meter. De plas maakt deel uit van de Sloterbinnenpolder en maakt onderdeel uit van de Groene As, wat een ecologische verbindingszone is van Spaarnewoude tot aan Amstelveen. Ten oosten en westen van de plas ligt het Sloterpark. Het beheer is in handen van de verschillende stadsdelen op hun grondgebied. Om de plassen op peil te houden laat AGV in de zomer water in vanuit de boezem van Rijnland.
Sloterplas (NL11_3_1) heeft watertype “matig grote diepe gebufferde meren” (M20) en het wateroppervlak van het waterlichaam is 90 hectare.
Het waterlichaam bestaat uit de deelgebieden:
8070-EAG-1 (Sloterbinnen en Middelveldsepolder, Sloterplas)
Het waterlichaam ligt in de provincie(s) Noord-Holland en gemeente(n) Amsterdam. Het waterlichaam Sloterplas heeft de status KRW waterlichaam en zwemwaterlocatie en is in eigendom van Gemeente Amsterdam.

Ligging en beeld

Het ecosysteem ziet eruit als onderstaand beeld

Ligging waterlichaam

Ligging deelgebieden

Toestand

Ecologische analyse op hoofdlijnen

De doelen
Het KRW-doel is het realiseren van een goede ecologische toestand voor Matig grote diepe gebufferde meren (M20), met scores voor fytoplankton, macrofauna, waterflora en vis in het groen.

De huidige toestand vergeleken met de doelen –ontoereikend
De toestand in Sloterplas (zwarte lijnen in de figuur hiernaast) is ontoereikend. Het biologische kwaliteitselement met het laagste oordeel is Ov. waterflora. De slechts scorende deelmaatlat van dit kwaliteitselement is Soortensamenstelling macrofyten.

Midden op de plas zijn de chlorofylconcentraties (algen) laag, maar aan de rand van de plas hoog omdat algen naar de kant waaien. De vegetatie is zeer soortenarm: er komt alleen waterpest voor. Er zit extreem veel perifyton (kortsvormige algen) op vegetatie. In de Sloterplas is een grote filtratiecapaciteit van quaggamossels aanwezig. Deze filtreren algen en ander organisch materiaal uit het water en kunnen zo de plas helder houden. Dat lukt niet altijd. De afgelopen 8 jaar zijn in 3 jaren blauwalgenbloeien voorgekomen. Bij die blauwalgenbloeien is de kolonievormende, drijflaagvormende, potentieel toxische Microcystis dominant. De score op de maatlat Fytoplankton vertoont een positieve trend (0.15 ekr per planperiode tussen 2006 en 2019). De score op de maatlat Waterflora vertoont een positieve trend (0.18 ekr per planperiode tussen 2006 en 2019). De score op de maatlat Macrofauna vertoont geen trend. De score op de maatlat Vis vertoont een positieve trend (0.37 ekr per planperiode tussen 2006 en 2019). De pH (afname) gaat vooruit. De overige fysisch chemische parameters vertonen tussen 2006 en 2019 echter geen duidelijke trend.

Oorzaken op hoofdlijnen
De oorzaak van deze onvoldoende kwaliteit is de hoge voedselrijkdom van het waterlichaam. De Sloterplas is zeer hoog belast met voedingsstoffen en heeft een kleine draagkracht. Er is sprake van een zeer hoge belasting uit de omliggende stedelijke polder. In deze polder zijn veel woningen fout aangesloten op het hemelwater en wordt frequent vuilwater geloosd op het oppervlaktewater. Door lange geschiedenis van hoge belasting is de bodem in de diepe plas en op slibrijke ondiepe plekken ook zeer voedselrijk en een grote bron van voedingsstoffen. Er bevinden zich lokaal bomen- en struiken langs de oevers, er is weinig ondiep oppervlak aanwezig in de plas en een natuurlijk verloop van de oevers van land naar water ontbreekt door toepassing van harde beschoeiing.

Maatregelen op hoofdlijnen
De maatregelen die voorlopig worden opgenomen zijn gericht op het reduceren van de belasting door fosfor, bijvoorbeeld door de plas hydrologisch te isoleren, waterstromen uit de parken te zuiveren en lozingen van hemelwaterriolen buiten de plas te laten lozen. Isolatie is conflicterend met de recreatieve gebruiksfuncties van de plas. Bij de Sloterplas is fosforverwijdering voor de gehele polder duur vanwege de extreem hoge concentraties. Er wordt op dit moment onderzoek gedaan naar een alternatief maatregelenpakket dat zich richt op het reduceren van de belasting door stikstof, bijvoorbeeld door (onderwater)vegetatie en drijvende eilanden in de omliggende poldergrachten. En door gemaal Nico Broekhuizen te amoveren. Ook is er een maatregel gericht op het stimuleren van mosselaangroei, omdat mosselen de algen uit het water filteren en zijn er maatregelen geformuleerd om natuurvriendelijke oevers te herstellen. Er is een focus om aquathermie uit de plas te generen. Hiervoor wordt een proefproject opgezet waarbij waterkwaliteitsverbetering als neveneffect een randvoorwaarde is.

Toestand

Huidige toestand vergeleken met doelen. De achtergrondkleuren in het figuur staan voor de klasseindeling van het huidige doel. Wanneer de zwarte streep over de groene achtergrondkleur (GEP) valt is het doel gehaald.

Huidige toestand vergeleken met doelen. De achtergrondkleuren in het figuur staan voor de klasseindeling van het huidige doel. Wanneer de zwarte streep over de groene achtergrondkleur (GEP) valt is het doel gehaald.

Ecologische sleutelfactoren

Ecologische sleutelfactoren

esficon Productiviteit water vormt een probleem. Midden op de plas zijn de chlorofylconcentraties (algen) laag, maar aan de rand van de plas hoog omdat algen naar de kant waaien. De vegetatie is zeer soortenarm: er komt alleen waterpest voor. Er is sprake van een zeer hoge belasting uit de omliggende stedelijke polder. In deze polder zijn veel woningen fout aangesloten op het hemelwater en wordt frequent vuilwater geloosd op het oppervlaktewater. Door lange geschiedenis van hoge belasting is de bodem in de diepe plas en op slibrijke ondiepe plekken ook zeer voedselrijk en een grote bron van voedingsstoffen. Het komt er op neer dat de analyse op basis van P-belastingen en op basis van doelafleidingen (correlaties) hetzelfde zeggen: er gebeurt pas iets positiefs bij P-reductie > 95%. Zowel qua vracht op de plas, concentratie in de stadsgrachten als concentratie in de plas. Het lijkt uitgesloten dat dit met Nico B & hemelwater alleen te realiseren is. Of dit met andere nevenmaatregelen wel te realiseren is weten we niet.
esficon Lichtklimaat vormt een probleem. Lichtuitdoving is in het voorjaar laag. Het lichtklimaat wordt bepaald door grote perifytongroei. In de zomer is het zicht veelal laag als blauwalg toeneemt (vooral in de jaren na 2016). Mede door de mossels is het water in het voorjaar altijd helder. Dat levert normaliter een goed vestigingsklimaat op voor onderwaterplanten. Echter, de hoge belasting zorgt ervoor dat er veel aangroei op de planten aanwezig is. Deze ervaren dan toch een gebrek aan licht terwijl het water helder is. Dit resulteert in minder waterplanten en een lage soortenrijkdom. Er groeit vooral smalle waterpest. De waterplanten blijven in een helder jaar aanwezig, in een blauwalgenjaar verdwijnen ze gedurende de zomer.
esficon Productiviteit bodem vormt lokaal een probleem. Er is sprake van wisselende slibgehalten op verschillende locaties in de plas. Bladeren vormen een bron bij bomenrijke oevers en slibrijke diepe delen.
esficon Habitatgeschiktheid vormt een probleem. Op sommige plekken komen bomenrijke oevers voor. Er is genoeg ruimte voor emerse soorten (riet e.d.), maar voor de onderwaterplanten is het areaal te klein. De plas is wel op meerdere plaatsen verbonden aan de stadsgrachten, maar deze zijn over het algemeen ook niet in een ecologisch goede conditie. Dit is beperkend voor macrofauna en vis.
esficon Verspreiding vormt geen probleem. De doelsoorten zijn in de omgeving aanwezig en kunnen er ook komen.
esficon Verwijdering is onbekend.
esficon Organische belasting is onbekend.
esficon Toxiciteit is onbekend.

Bron

Deze factsheet is gebaseerd op de KRW toetsing aan (maatlatten 2018) uit 2019, begrenzing waterlichamen 2015-2021, hydrobiologische data 2006-2018 en conceptmaatregelen en doelen voor SGBP3 en Factsheet Sloterplas (2018), Factsheet maatregelen Sloterplas (2019).

Maatregelen (R)

SGBP 1 en 2 maatregelen die (deels) zijn uitgevoerd

SGBP 1 en 2 maatregelen in planvorming

SGBP 1 en 2 maatregelen die zijn gefaseerd

SGBP 1 en 2 maatregelen die zijn ingetrokken of vervangen

Nieuwe maatregelen voor SGBP3 tov totaal aantal maatregelen

Maatregelen

ESFoordeel SGBPPeriode Naam Toelichting BeoogdInitiatiefnemer UitvoeringIn
esficon SGBP3 2021-2027 Schutverlies voorkomen bij sluizen Dit is een onderdeel van het P-maatregelenpakket voor de Sloterplas, dat in overleg met de gemeente Amsterdam wordt uitgewerkt. Deze maatregel is alleen zinvol als de andere onderdelen van het maatregelenpakket ook worden uitgevoerd. Dit onderdeel gaat om het aanleggen van een terugpompsysteem in de Cramersluis. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2021-2027
SGBP3 2021-2027 N-pakket als alternatief voor het P-pakket Het N-maatregelenpakket is een mogelijk alternatief voor het P-pakket. Met de gemeente Amsterdam verkennen we of het N-maatregelenpakket beter uitvoerbaar is dan het P-maatregelenpakket. Om de aquatische ecologie te verbeteren is het van belang om óf de fosfor (P)-, óf de stikstof (N)-concentraties laag te laten zijn. Sturen op N wordt veel minder toegepast dan sturen op P. Bij de Sloterplas wordt P-verwijdering in de gehele polder onhaalbaar geacht vanwege de extreem hoge concentraties. N-verwijdering met lijkt wel een optie, omdat de concentraties al veel lager zijn. Dit kan met drijvende eilanden of andere constructies waarmee watergangen grootschalig met water- en landplanten worden uitgerust. Ook het verplaatsen van gemaal Nico Broekhuizen levert een zeer grote reductie in de nutriëntenbelasting van de gehele polder (80%), waardoor de stikstofverwijdering in de polder groter wordt en de plas zal profiteren. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2021-2027
SGBP3 2021-2027 Kleinere maximumhoeveelheid toestaan voor het onttrekken van water oppervlaktewater Nabij diepe plassen en kleine ondiepe plassen willen we ontrekkingen zoveel mogelijk voorkomen, door een alternatieve locatie te zoeken in een ander peilvak. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2021-2027
SGBP3 2021-2027 Beperken fosfaatbelasting uit park en inliggende watergangen Dit is een gefaseerde maatregel uit SGBP-II en onderdeel van het P-maatregelenpakket voor de Sloterplas, dat in overleg met de gemeente Amsterdam wordt uitgewerkt. Deze maatregel is alleen zinvol als de andere onderdelen van het maatregelenpakket ook worden uitgevoerd. Dit onderdeel gaat om het aanleggen van PLIKO/puridrains (ijzerhoudende drains). Op zichzelf staand levert dit onvoldoende beslating reductie op. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2021-2027
SGBP3 2021-2027 Beperken van de interne belasting in de Sloterplas (waterbodem) Dit is een gefaseerde maatregel uit SGBP-II en onderdeel van het P-maatregelenpakket voor de Sloterplas, dat in overleg met de gemeente Amsterdam wordt uitgewerkt. Deze maatregel is alleen zinvol als de andere onderdelen van het maatregelenpakket ook worden uitgevoerd. Dit onderdeel gaat om het toedienen van PolyAluminiumChloride, waardoor P in de waterbodem wordt vastgelegd. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2021-2027
SGBP3 2021-2027 Sloterplas isoleren van externe belasting Dit is een gefaseerde maatregel uit SGBP-II en onderdeel van het P-maatregelenpakket voor de Sloterplas, dat in overleg met de gemeente Amsterdam wordt uitgewerkt. Deze maatregel is alleen zinvol als de andere onderdelen van het maatregelenpakket ook worden uitgevoerd. Dit onderdeel gaat om het aanleggen van meerdere doorvaarbare stuwen en sluizen. Aan te voeren water moet worden gedefosfateerd. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2021-2027
SGBP2 2015-2021 Beperken fosfaatbelasting uit park en inliggende watergangen gefaseerd naar 665 Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2015-2021
SGBP2 2015-2021 Beperken interne belasting Sloterplas (waterbodem) gefaseerd naar 666 Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2015-2021
SGBP2 2015-2021 Isoleren Sloterplas van externe belasting gefaseerd naar 667 Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2015-2021
SGBP1 2009-2015 Beperken van inlaten vanuit andere gebieden dit is een voorloper van het later uitgewerkte pakket. Wordt dus daardoor vervangen Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2009-2015
SGBP1 2009-2015 Omleiden van regenwateruitlaten 70-80% is er al vanaf. Dat maakt deze maatregel overbodig Gemeente Amsterdam niet
SGBP1 2009-2015 Onderzoeken maatregelen rondom Sloterplas Het betreft het uitvoeren van drie deelonderzoeken:1 Onderzoeken mogelijkheden visstandbeheer2 Onderzoeken mogelijkheden aanleg helofytenfilter voor zuiveren afstromend hemelwater3 Onderzoeken mogelijkheden en effecten verondiepen Sloterplas met bagger Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2009-2015
SGBP1 2009-2015 Uitvoeren maatregelen om Sloterplas van externe belasting te isoleren gefaseerd naar 667 Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2009-2015
esficon SGBP3 2021-2027 Stimuleren filtering door quagga mossels De aanwezigheid van quagga mossels maakt het watersysteem robuuster. Daarvoor zijn vooral in het westen-midden van de plas structuren nodig waar mossels op kunnen groeien. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2021-2027
SGBP3 2021-2027 Verondiepen van het zuidelijk deel van de Sloterplas Verondiepen van de plas voor vegetaties in het zuidelijk deel van de plas. Er wordt ook gekeken naar ontwerpen die technisch haalbaar zijn in andere delen van de plas. De maatregel levert alleen in een ondiep deel van de plas winst op en heeft ook invloed op de habitatgeschiktheid (ESF4). Als ook diepe delen van de plas worden afgedekt en verondiept, dan kan ook de wegzijging verminderen (ESF1). We stemmen met gemeente Amsterdam af hoe deze maatregel opgepakt kan worden.. Gemeente Amsterdam 2021-2027
SGBP3 2021-2027 Herstel natuurvriendelijke oevers volgens inrichtingsplan Sloterplas Dit is een gefaseerde maatregel uit SGBP-II. De oevers, ook die van het moerasgebied, zijn zwaar overgroeid door bomen. Het plan is om het rietland weer te herstellen. Gemeente Amsterdam 2021-2027
SGBP2 2015-2021 Herstel natuurvriendelijke oevers volgens inrichtingsplan Sloterplas Dit is een oude maatregel, nooit ingetrokken (?) en geldt als bestaand plan. De oevers, ook die van het moerasgebied, zijn zwaar overgroeid door bomen. Het plan was om het rietland weer te herstellen. Gemeente Amsterdam 2015-2021
esficon SGBP1 2009-2015 Toepassen ecologisch onderhoud oevers hoofdwateren - fase 1 Een gebiedsbrede maatregel in alle waterlichamen Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2009-2015
esficon SGBP1 2009-2015 Verwijderen drijflagen op en rondom zwemwaterlocatie Het betreft het verwijderen van drijfalgen op ongeveer 5 hectare in de plas Waterschap Amstel, Gooi en Vecht niet

Disclaimer: SGBP3 maatregelen zijn nog niet bestuurlijk vastgesteld en kunnen nog worden gewijzigd.

Toelichting en onderbouwing ESF-en, monitoring en begrenzing

Motivering KRW status en herbegrenzing

Geen herbegrenzing nodig.

Monitoringswensen

In dit waterlichaam wordt de vegetatie 1 keer per 3 jaar gemeten. Macrofauna wordt 1 x per 6 jaar gemeten. Fytoplankton wordt 1 keer per 3 jaar gemeten. Vis wordt 1 x per 6 jaar gemeten. Daarnaast worden maandelijks verschillende fysisch chemische parameters gemeten in het waterlichaam en het inlaatwater van het waterlichaam.

Indicatoren ESF

ESF 1: Productiviteit

Fosforbelasting per bron (bar) en kritische belasting (rode stip is berekend met PCDitch, roze stip met PCLake).

Fosforbelasting per bron (bar) en kritische belasting (rode stip is berekend met PCDitch, roze stip met PCLake).

ESF 2 en 4: Lichtklimaat en waterdiepte

Lichtklimaat in plassen obv extinctie tussen 2010 en 2019 of Waterdiepte in sloten.

Lichtklimaat in plassen obv extinctie tussen 2010 en 2019 of Waterdiepte in sloten.

Lichtklimaat in plassen obv extinctie tussen 2010 en 2019 of Waterdiepte in sloten.

Lichtklimaat in plassen obv extinctie tussen 2010 en 2019 of Waterdiepte in sloten.

ESF 1 en 3: Waterbodem

Nalevering en voedselrijkdom waterbodem.

Nalevering en voedselrijkdom waterbodem.

Brondata: water- en stoffenbalansen

Brondata: Monitoringsresultaten uit meetprogramma`s fysisch-chemie en hydrobiologie

Brondata: Monitoringsresultaten uit meetprogramma waterbodemchemie

EKR scores op alle deelmaatlatten in de tijd

Begrippenlijst en afkortingen

Waterlichaam De waterlichamen vormen de basisrapportageeenheden van de KRW. Op basis van artikel 5 KRW zijn in 2004 Nederlandse oppervlaktewateren aangewezen als KRW-waterlichamen: natuurlijk, kunstmatig2 of sterk veranderd. Een oppervlaktewaterlichaam kan als kunstmatig of sterk veranderd worden aangewezen vanwege ingrepen in de hydromorfologie (art. 4 lid 3 KRW), die het bereiken van de Goede Ecologische Toe-stand verhinderen. In Nederland zijn vrijwel alle waterlichamen kunstmatig of sterk veranderd.

Emerse waterplanten Emerse waterplanten steken gedeeltelijk boven het wateroppervlak uit en wortelen in de (water)bodem.

Helofyten De moerasplanten of helofyten kan men vinden in vochtige gebieden, oevers, tijdelijke wateren en overstromingsgebieden. Typerend voor vele moerasplanten is dat ze zich hebben aangepast aan een droge periode (zoals het uitdrogen van een rivierbedding) en een periode van gedeeltelijke of volledige onderdompeling. Voor sommige soorten is deze afwisseling noodzakelijk voor het bestaan. Terwijl de ‘echte’ waterplanten niet in de bodem wortelen en vaak onder water kunnen leven (met uitzondering van de bloeiwijzen), wortelen de helofyten of moerasplanten in de bodem en steken gewoonlijk boven de wateroppervlakte uit.

Submerse waterplanten De term submers (ondergedoken) wordt gebruikt voor waterplanten die geheel onder water groeien. Alleen de bloeiwijze kan bij sommige soorten boven het water uitsteken.

Hydrofyten De ‘echte waterplanten’ of hydrofyten komen voor in stilstaande of traag stromende permanente meren of rivieren. Deze planten zijn aangepast aan een submers leven. Indien het biotoop uitdroogt wordt het voortbestaan van deze planten bedreigd. De wortels dienen tot verankering van de plant. De stengels kunnen tot tien meter lang worden en zijn soepel en buigbaar. De drijvende bladeren kunnen hierdoor aanpassen aan de waterstand, waardoor de lichtopname niet in het gedrang komt. Andere soorten drijven, onafhankelijk van de bodem, net onder of boven het wateroppervlak. Er bestaan dus hydrofyten met zowel een submerse als emerse groeivorm. In beide gevallen zullen de voedingstoffen hoofdzakelijk via het blad opgenomen worden.

GAF Een afvoergebied of een cluster van peilgebieden met als gemeenschappelijk kenmerk dat ze via een gemeenschappelijk punt hun water lozen op een hoofdsysteem.

EAG Ecologische analysegebieden zijn nieuwe opdelingen van de bestaande af- en aanvoergebieden (GAF’s), meestal (delen van) polders. De opdeling in EAG’s is gemaakt op basis van een aantal kenmerken zoals vorm, verblijftijd, waterdiepte, strijklengte, de aanwezigheid van kwel of wegzijging en de afvoerrichting van het water. Een EAG valt altijd volledig binnen een afvoergebied. Af-en aanvoergebieden, maar ook KRW-waterlichamen, zijn dus opgebouwd uit één of meer EAG’s.

KRW Kaderrichtlijn water

N2000 Natura 2000 De verzameling van Nederlandse natuurgebieden die in Europees verband een beschermde status genieten (Vogel- en habitatrichtlijngebieden).

EKR Ecologische kwaliteitratio, een getal tussen 0 en 1 waarmee de kwaliteit van een ecologische parameter wordt aangegeven. 0 is zeer slecht, 1 is zeer goed. De grens voor het GEP wordt gewoonlijk bij een EKR van 0,6 gelegd.

Biologisch kwaliteitselement Een ecologische groep de waarmee de situatie van het waterlichaam wordt beoordeeld. Gebruikt worden: fytoplankton en diatomeeën (algen), waterplanten, macrofauna (waterdieren) en vissen.

Maatlat Een schaal die gebruikt wordt om de situatie van een ecologische parameter te beoordelen. De uitkomst is een EKR.

Deelmaatlat Voor elk biologisch kwaliteitselement zijn één of meerdere deelmaatlattenonderscheiden op basis van de soortsamenstelling en de (relatieve) aanwezigheidvan soorten, en voor vis de leeftijdsopbouw. De uitkomst is een EKR.

Indicator Een verder opdeling van biologische deelmaatlatten. De uitkomst is in een aantal gevallen een EKR.

GEP of KRW doel De KRW heeft voor natuurlijke waterlichamen als doel dat een goede toestand (zowel ecologisch als che-misch) moet worden gehaald (GET). Voor de kunstmatig of sterk veranderde oppervlaktewaterlichamen moet een goed ecologisch potentieel (GEP) en een goede chemische toestand worden bereikt. Het GEP voor rijkswateren wordt afgeleid door Rijkswaterstaat namens de Ministers van Infrastructuur en Waterstaat, Economische Zaken en Klimaat (en mogelijk Landbouw, Visserij en Voedselveiligheid) en gepresenteerd in het Beheerplan rijkswateren (BPRW, vastgesteld door de ministers). De provincies zijn verantwoordelijk voor het afleiden van het GEP voor regionale wateren. Dit gebeurt in regionale waterplannen. Hoewel de provincie formeel het GEP moet vaststellen in het regionaal waterplan, levert het waterschap vanwege de kennis over watersystemen meestal het GEP aan, als beheerder van het regionaal oppervlaktewaterlichaam. Beide kunnen hierbij de Handreiking KRW-doelen volgen. De KRW biedt uitzonderingsmogelijkheden waarbij het doel later (doelvertraging) of niet (minder streng doel) gehaald hoeft te worden. Alleen in het laatste geval is het GEP niet meer het doel. In deze handreiking is het GEP-synoniem voor het doel, tenzij anders aangegeven. In hoofdstuk 3 en 4 wordt het afleiden van de doelen technisch beschreven.

SGBP Naast het definiëren van waterlichamen en doelen schrijft de KRW voor dat er stroomgebiedbeheerplan-nen (SGBP) worden opgesteld (art. 13 KRW). De bouwstenen van de stroomgebiedbeheerplannen staan in de waterplannen van het Rijk en de provincies en in de beheerplannen van de waterbeheerders. De SGBP’s geven een overzicht van de toestand, de problemen, de doelen en de maatregelen voor het verbeteren van de waterkwaliteit voor de inliggende waterlichamen. Nederland kent vier stroomgebieden: Rijn, Maas, Schelde, en Eems. De beheerplannen voor de stroomgebie-den worden iedere zes jaar geactualiseerd. Volgens bijlage VII van de KRW bevatten de SGBP’s onder andere:de beschrijving van de kenmerken van het stroomgebieddistrict;de ligging, begrenzing en typering van waterlichamen (voor sterk veranderd en kunstmatig inclusief een motivering); de huidige toestand op basis van de resultaten van de monitoring over de afgelopen periode;de doelen voor waterlichamen en een eventueel beroep op uitzonderingsmogelijkheden inclusief motivering; een samenvatting van de te nemen maatregelen om de doelen te bereiken.

Watersysteemanalyse Om goede keuzes te maken voor doelen en maatregelen is het essentieel te weten hoe een waterlichaam werkt. De systeemanalyse heeft als doel inzicht te verschaffen in het systeemfunctioneren, wat via verschillende methoden bereikt kan worden. Dit vormt het vertrekpunt voor het antwoord op de vraag hoe (met welke maatregelen) kan worden gekomen tot een betere toestand. Zonder goed inzicht in het systeem-functioneren is het risico groot dat niet de juiste maatregelen in beeld zijn, of dat maatregelen uiteindelijk niet opleveren wat ervan wordt verwacht.